De KNZB Adviseert zwemlessen aan kleine groepen kinderen van een vergelijkbaar niveau. Het voordeel van werken met kleine groepen is dat er meer persoonlijke aandacht is per kind. De lesstof kan eenvoudig worden aangepast.

SuperSpetters heeft een maximum gesteld van 8 kinderen per lesgever en 12 kinderen bij twee lesgevers. Zo is er altijd voldoende individuele aandacht voor een kind.

Tijdens de zwemles kunnen ouders de volledige les volledig volgen in het zwembad.

Communicatie tussen ouders en zweminstructeur is belangrijk binnen superSpetters. Daarom mogen ouders erop rekenen dat de instructeur contact met hen opneemt als er vragen of problemen zijn. Ouders die vragen hebben kunnen tijdens de 8 wekelijkse contactmomenten met de lesgever overleggen. Of eventuele vragen aan de klantenservice via de e-mail of telefoon stellen. De klantenservice neemt dan contact op met de leraar en zal u hierover een terugkoppeling geven.

In de eerste fase van SuperSpetters bevat de zwemles extra veel speelse opdrachten. Denk hierbij aan verschillende spelletjes. Zo worden kinderen spelenderwijs vriendjes met het water en ontdekken wat water met ze doet en wat zij met water kunnen doen.

Het is belangrijk dat een kind eerst went aan het water, voordat de zwemslagen aan bod komen. Wanneer een kind angst heeft voor het water en de eigenschappen van water onvoldoende kent, zorgt dit in een latere fase voor verkrampte zwemslagen. Zo verdwijnt het plezier in het zwemmen snel. Daarom is er binnen SuperSpetters voor gekozen eerst te investeren in het vertrouwen van kinderen in het water.

SuperSpetters vindt het belangrijk dat een kind eerst went aan het water. Kinderen leren het water kennen zonder drijfmiddelen. Zo ontdekken kinderen wat wel en niet mogelijk is in het water zonder dat ze daarbij geholpen worden. Kinderen leren afzetten en (uit)drijven, hierbij maken ze gebruik van hun natuurlijk drijfvermogen. Goed kunnen drijven en uitdrijven is een voorwaarde om zwemslagen aan te kunnen leren.

In een latere fase worden de drijfmaterialen wel ingezet, niet als drijfmiddel, maar als hulpmiddel. De kinderen beheersen het drijven, maar kunnen dankzij een hulpmiddel alle concentratie richten op het uitvoeren van een zwemslag.